navigatie overslaan

Een levende wintertraditie

Midwinterhoornblazen in Twente

  • Leestijd 3 min
  • Gelezen 285 keer

Het midwinterhoornblazen is een van de oudste wintertradities van Oost-Nederland, vooral in (noordoost) Twente. De oorsprong gaat terug tot de middeleeuwen en mogelijk tot heidense rituelen rond licht, donker en bescherming.

Met lange, houten hoorns kondigde men het nieuwe licht aan en versterkte men de gemeenschap in de donkerste weken. Later kreeg de traditie een christelijke betekenis en werd zij verbonden met de Advent. Ondanks perioden van verval bleef het blazen in Twente opmerkelijk levendig en werd het in de twintigste eeuw zelfs bewust nieuw leven ingeblazen.

Tegenwoordig is het midwinterhoornblazen een cultureel erfgoed dat met trots in stand wordt gehouden door tientallen groepen en gildes. De hoorns zijn nog steeds handgemaakt, vaak door de blazers zelf, en het geluid – een langgerekte, weemoedige toon die over weilanden, beekdalen en dorpskernen draagt – blijft onmiskenbaar. Vanaf de eerste Advent tot Driekoningen trekken midwinterhoornblazers eropuit om in natuurgebieden, op boerderijen, bij evenementen en in stadscentra te spelen. De traditie is nadrukkelijk géén podiumkunst: blazen gebeurt buiten, zonder versterking, waarbij de klank zich vrij moet kunnen verspreiden over het landschap.

Midwinterhoornblazen in Oldenzaal

Ook in Oldenzaal, de Glimlach van Twente, leeft deze traditie sterk voort. De Mirrewinterhoornbloazers Oln’zel organiseren jaarlijks op 30 november een sfeervolle Midwinterhoorn Winterwandeling, waarbij bezoekers al wandelend de bijzondere klank van de hoorns in het winterse decor beleven. Daarnaast zijn de blazers op meerdere dagen en tijdstippen te horen in de historische binnenstad, waar de echo’s tussen de oude gevels een unieke sfeer creëren. Een bijzonder moment vormt de Zonnewende op 21 december, wanneer de terugkeer van het licht wordt gemarkeerd met midwinterhoornklanken – een verbinding tussen eeuwenoude betekenis en hedendaagse beleving. Zo houdt Oldenzaal niet alleen een traditie in ere, maar geeft het er ook een warm en eigen gezicht aan.

Mirweenter

Wiej bint der weer kloar veur,
wiej hangt de lechkes weer boeten,
zet n’n karstman veur de deur
en spuit kunstsnee op de roeten.

Wiej zet oons biej ’n karststal neer,
hebt Maria en Jozef nöagst ’t kribbeke zet.
‘Wellekome’ is oons Leven Heer,
‘Gloria’, zeengt wiej met de engel met.

’n Kindelyn so lovelyk is oons geboren heude’,
dat oale leed heft ’t â veurzégd;
‘n keend brengt vrear an alle leude,
’n keend döt alle meanske recht.

Doar kleenkt oet ’t duuster
’n oaln roop den miej döt heuren,
dat, as ik heel good luster,
d’r heel wat steet te gebeuren.

De herders in ‘t veald
gaddert eare schöap te hope.
Zee hebt ze duftig teald
en goat op de schöppe an lopen.

Doar lig tuschen ezzel en os,
’t kindeke teer,
op ’n berreke van mos
en alman kneelt biej ’t jungske neer.

Geert C.A.M. Christenhusz, Stadsdichter van de Stad Olnzel.

Wat vind je van dit artikel?